Kernenergie: een noodzakelijk kwaad?

In het begin van de jaren 40 werden de eerste succesvolle tests gedaan met een kernreactor. Door neutronen af te schieten op een splijtbaar atoom (Uranium in dit geval), splijt de kern van dat atoom zichzelf en ook nieuwe neutronen afstoten, die dus weer een kettingreactie vormen met de volgende kernen. Hierbij komt ontzettend veel energie vrij. In eerste instantie waren deze experimentele kernreactoren vooral bedoeld voor het ontwikkelen van kernwapens, maar in de jaren 50 werden met dezelfde techniek ook de eerste kerncentrales geopend om elektriciteit op te wekken. Deze eerste generatie reactoren zijn sterk verouderd en nu vrijwel overal uit dienst. Maar door de jaren heen zijn er veel verbeteringen in werking en veiligheid doorgevoerd. De werking achter al deze reactoren is nagenoeg hetzelfde. Er wordt nog steeds gebruik gemaakt van Uranium om energie op te wekken. En daar zitten ook direct de grootste nadelen: wat doen we met het afval en wat is de impact op het milieu bij een incident?

Het grootste voordeel van een kerncentrale is de enorme levering aan energie tegenover een zeer geringe input aan brandstof. Een moderne generatie kerncentrale kan 1 kilo aan Uranium omzetten in voldoende energie om een jaar lang 7000 huishoudens van elektriciteit te voorzien. Bij dat proces komt lokaal nagenoeg geen enkele CO2 vrij. Het afval uit een reactor is echter sterk radioactief en dodelijk voor alles wat leeft, dit dient dus tegen het afval beschermd te worden. Omdat het afval niet afbreekbaar is moet het voor tienduizenden jaren op een veilige plaats opgeslagen worden tot het weer op een acceptabel stralingsniveau is gekomen. In het verleden werd dit materiaal in speciale vaten in bijvoorbeeld de oceaan gedumpt, maar gelukkig is dit wereldwijd sinds de jaren 80 niet meer toegestaan. Het afval uit kerncentrales moet nu opgewerkt worden, waarbij de laatste beetjes bruikbare restmaterialen weer worden gerecycled tot nieuwe brandstof voor reactoren. Het overige afval (wat daarna 5 tot 10 keer zo radioactief is) moet nu “tijdelijk” worden opgeslagen, tot er een oplossing voor is.

Ook het delven van het Uranium voor de reactoren heeft een impact op het milieu. Deze grondstof is al licht radioactief en geeft dus op grote schaal al verontreiniging in de omgeving van de mijnen. Na het delven moet het vaak ook nog verrijkt worden, wat wederom de nodige risico’s met zich mee brengt. Het grootste probleem met kernenergie is dus vooral het risico: er is een kans dat er iets fout gaat met het radioactieve materiaal, dat direct grote impact heeft op het leefklimaat voor een extreem lange periode van duizenden jaren. Dat risico is wereldwijd aanwezig, van het delven tot aan de opslag van het restmateriaal. Ook neemt de kans dat het fout gaat alleen maar toe.

Slim Opgewekt vindt de voordelen niet opwegen tegen de nadelen, maar de ontwikkeling in kernenergie moet doorgaan. De vierde generatie reactoren zijn in ontwikkeling waarbij ook gekeken wordt naar nieuwe brandstoffen, die minder afval geven met een lagere radioactiviteit, om reactoren mee te voeden. Deze technieken zullen naar verwachting pas na 2050 op grote schaal toepasbaar zijn. Daarnaast zijn er nog alternatieve technieken in ontwikkeling zoals kernfusie, waarbij de werking van de zon wordt nagebootst in een reactor, zonder enig schadelijk afval. Helaas is het nog niet duidelijk wanneer deze techniek op grote schaal toegepast kan worden. Het blijft een moeilijke discussie, maar ontwikkeling van nieuwe technieken moet zeker door blijven gaan.

2018-12-06T15:16:57+00:00 6 dec 2018|